Na het congres van afgelopen zondag is het leuk om eens wat verder te denken over het referendum. Alhoewel ik geen tegenstander van een volksraadpleging ben en het Dwars amendement, om de tekst over het referendum uit het verkiezingsprogramma te schrappen, niet gesteund heb ben ik ook geen enthousiast voorstander. Er zijn wat mij betreft twee belangrijke redenen om je twijfels te hebben over het instrument.
Allereerst betwijfel ik het democratische gehalte van een referendum. Daar heb ik drie belangrijke redenen voor. De uitslag van een volksraadpleging laat weinig ruimte voor nuance en is hiermee voor allerlei vormen van uitleg mogelijk. Daarmee is een uitslag eenvoudig te misbruiken/ gebruiken door politici, media en opinieleiders voor hun eigen stokpaardjes of ideologie. Daarnaast en dat is mijn tweede punt in deze categorie, waardeer ik de Nederlandse democratie waarin, door het zoeken naar coalities, altijd enigszins rekening gehouden moet worden met minderheden. Ik wil niet dat belangrijke besluiten worden genomen door een dictatuur van een (kleine) meerderheid. Tot slot is er bij het houden van een referendum altijd nog de vraag wat te doen met een (te) kleine opkomst.
Mijn tweede bezwaar richt zich tegen de, mijns inziens, beperkte toepasbaarheid van de volksraadpleging. In mijn ogen is de volksvertegenwoordiging juist uitgevonden omdat de besluitvorming over het algemeen niet al te zwart wit ligt. Simpel voor of tegen een bepaald voorstel zijn is er meestal simpelweg niet bij. Het al eerder genoemde gebrek aan mogelijkheid voor nuance bij het houden van een volksraadpleging zorgt er niet alleen voor dat de uitslag multi-interpretabel is, maar ook nog eens dat je als stemmer het gevoel hebt tussen twee uitersten te moeten kiezen. Tot nu toe heb ik mijn stem mogen geven in twee referenda, en beide malen vond ik het te moeilijk om te kiezen. Bij de volksraadpleging voor de Europese Grondwet had ik inhoudelijk nogal wat bedenkingen bij het voorstel, maar heb uiteindelijk toch voor gestemd omdat ik het proces van Europese eenwording wel belangrijk vindt. Toen Utrecht twee jaar geleden een nieuwe burgemeester mocht kiezen was de keus tussen twee PvdA-ers. Ik ben toen wel naar het stembureau gegaan om mij te registreren als stemmer, maar heb het stembiljet uiteindelijk (als souvenir) mee naar huis genomen. Ik ben lid van GroenLinks en wenste geen keus te maken tussen twee leden van een andere partij. Hoewel Aleid Wolfsen een uitstekende burgemeester blijkt.
Waarom ik dan toch voor een referendum ben is de vraag die overblijft. Heel simpel: ik kan mij (ruimtelijke) ingrepen voorstellen (vooral op lokaal niveau), die niet tot ideologisch debat leiden, maar wel tot een brede discussie onder de bevolking. Als voorbeeld noem ik hier de bouw van de Belle van Zuylentoren, een wolkenkrabber, die gepland stond aan de A2 bij Leidsche Rijn. Een plan waar een simpel voor of tegen makkelijker te geven is. Voorstanders van referenda, zoals veel D66-ers, verwijten tegenstanders van het instrument al snel dat ze bang zijn voor populisme of het volk niet vertrouwen. Bang voor het volk ben ik echter niet, ik hecht gewoon veel waarde aan diversiteit van meningen, nuance en ruimte voor discussie. Nu maar eens zien of ik het voorgaande kan verwoorden in een mooi amendement voor het volgende verkiezingsprogramma. Die Belle van Zuylentoren kwam er trouwens niet, daar was geen volksraadpleging voor nodig. Of het referendum er wel komt, wie weet…