Sinds het vertrek van Jan Ravesteijn ben ik de nieuwe woordvoerder cultuur. Afgelopen maandag beleefde ik meteen mijn vuurdoop bij het debat over de actualisering van de Cultuurvisie. Hieronder lees je wat ik gezegd heb:

Voorzitter,
Als nieuw woordvoerder cultuur van GroenLinks heb ik even overwogen om mijn eerste bijdrage over dit onderwerp in het Fries te doen. Fries is tenslotte één van onze Rijkstalen en de taal van een belangrijke nieuwe culturele hotspot. Echter, ik ben de taal maar een “lyts bytsje” machtig en u allen nog minder, dus ik zal mij bij het Nederlands houden. Deze visie is een reactie op het mislopen van de culturele hoofdstad 2018 en het is goed om te horen dat er tijdens de raadsinformatieavond veel instemming klonk uit het culturele veld over deze geactualiseerde versie. GroenLinks ziet een aantal kansen om voor de nabije toekomst enkele nieuwe stippen op de horizon te plaatsen.

Leefbaar Utrecht heeft voor de zomervakantie het initiatief genomen om de stadsdag, het vieren van de verjaardag van onze stad, nieuw leven in te blazen. Wat GroenLinks betreft zou dit een mooie opmaat kunnen zijn na een grotere viering ergens tussen nu en 2022, het jaar waarin Utrecht 900 jaar stad is. Echter, wij zitten nu een half jaar voor de verkiezingen, dus het is logischer dat die stip op de horizon door een nieuw college en raad gekozen wordt.

Voorzitter,
De cultuurvisie is weliswaar geactualiseerd, maar geeft wat GroenLinks betreft toch niet helemaal antwoord op alle vragen die ook tijdens de RIA relevant bleken. De visie constateert dat de financiën in de culturele sector, door het landelijke beleid, onder druk staan. Maar beschrijft toch vooral de gesubsidieerde instellingen en heeft in die zin wat GroenLinks betreft te weinig aandacht voor makers, activiteiten en locaties die niet gesubsidieerd worden. Wij horen graag hoe de wethouder hier tegenaan kijkt.

 Als nieuwe woordvoerder op cultuur is mij de enorme betrokkenheid van de sector bij de stad opgevallen. Dat is goud waard en in die zin moeten we enorm blij zijn met de kritische houding van het Utrechts Verbond. Veel van hun kritiek is zeer herkenbaar, en wordt niet alleen binnen de culturele sector op die manier beleefd.

Je zou de inzet van het Utrechts Verbond kunnen samenvatten als een roep om meer ruimte. Zowel in letterlijke als figuurlijke zin. Is de wethouder bereidt om met zijn collega van ruimtelijke ordening en vastgoed de mogelijkheden te verkennen om meer leegstaande gebouwen en terreinen te benutten voor culturele initiatieven?

Ook in de zin van handhaving en vergunningen is er de roep om meer ruimte. Collega Rijpma van de VVD, vroeg hierop tijdens de RIA meteen om een lijst van regeltjes die afgeschaft zou moeten worden. Wat GroenLinks betreft is dit te simpel gedacht en gaat dit voorbij aan de verantwoordelijkheid van ambtenaren, bestuurders en ons als Raad.

In mijn ogen gaat het vooral om toepassing van de regels. Ik hoop dat ambtenaren in onze Gemeente de vrijheid voelen om regels te interpreteren en niet te rigide opleggen. Al eerder heb ik er voor gepleit om af te spreken dat ambtenaren een vergunningaanvraag niet meer met een simpel “nee” kunnen beantwoorden, maar zich faciliterender moeten opstellen en kijken naar wat er wél mogelijk is! Hier hoort echter ook een politieke en bestuurlijke cultuur bij die onze ambtenaren hiertoe de ruimte geeft. Te vaak zijn wij er als raadsleden als de kippen bij om op incidenten te reageren, waardoor er soms een verstikkende en risicomijdende bestuurlijke en ambtelijke realiteit ontstaat. Dat is slecht voor ieders energie, slecht voor het culturele klimaat en vaak ook weinig verheffend. Ook zelf heb ik mij wel eens schuldig gemaakt aan het bedrijven van politiek met een kleine p. Graag hoor ik een reactie van collega’s en de wethouder op mijn oproep.

Voorzitter tot slot, wij zijn een stad van kennis en cultuur. Bij veel opleidingen aan onze HKU, Hogeschool Utrecht en Universiteit komen deze twee belangrijke dragers van onze stad mooi samen. Het zou goed zijn als wij hier ook beter gebruik van weten te maken en vaker de verbinding leggen tussen kennisinstituten en het culturele veld. Graag hoor ik hoe de wethouder hier tegen aan kijkt.