Inmiddels ben ik weer redelijk bijgekomen, maar wat was het zwaar! Veertig kilometer wandelen door de nacht. Onder andere door jouw steun ben ik er gekomen. Via deze weg wil ik je daar nogmaals voor bedanken.

Misschien had ik wat langer moeten nadenken voordat ik ‘ja’ antwoordde op de vraag of ik mee wilde lopen in de Nacht van de Vluchteling. Veertig kilometer wandelen, dat valt toch best mee? Een maand lang ben ik gewaarschuwd door collega’s, vrienden en medewandelaars. Toch lukte het mij pas om tweeënhalve week geleden de eerste stappen te zetten in mijn training. Normaal wandel ik nooit, ik fiets immers bijna alles. Het moest er toch maar eens van komen. Zondag 28 april wandelde ik samen met Jorien, Patrick en Jan van Zutphen via de IJsseldijk naar Olst. Dertig kilometer verder was ik een blaar, forse spierpijn en een overbelaste voet rijker en een illusie armer. Dertig kilometer viel mij vies tegen, maar wat te denken van veertig kilometer?

In de twee weken die mij nog resteerden tot de Nacht van de Vluchteling kwam ik niet meer aan trainen toe. Dat kon ook niet, want de blaar en overbelaste voet bleef mij parten spelen. Donderdag 9 mei kwam dan ook sneller dan gewenst. Rond elf uur ’s avonds verzamelde ik met mijn teamgenoten in Rotterdam in een hal aan de voet van de Erasmusbrug. Daar werden we eerst nog verblijd met een optreden van zangeres Krystl en werden de spieren warm gemaakt onder leiding van Olga Commandeur. Dat alles klinkt leuk, maar was vooral extra ballast in afwachting van wat komen ging.

Iets over 0.00 uur klonk dan toch het startschot van Youp van ’t Hek. Samen met bekende Nederlanders als Femke Halsema, Mauro Manuel en Sander de Heer begonnen we onze wandeltocht. Na het oversteken van de Erasmusbrug sloeg de schrik mij meteen om het hart. We wandelden namelijk niet in westelijke richting via de Maasover (zoals je zou verwachten), maar in oostelijke richting. Mijn voeten begonnen acuut te zeuren en ook mentaal had dit niet per se een goede uitwerking. Het had inmiddels pikdonker moeten zijn, met een beetje schijnsel van maan en sterren, maar in dit deel van Nederland voorkomt het licht van steden en kassen dat het ooit echt nacht wordt. Best zonde…Via de Kralingse plassen kwamen we na vijftien kilometer aan bij de eerste rustpost. Toen was het pas kwart over drie en waren we nog steeds in de Gemeente Rotterdam.

Vervolgen wandel je pas na zo’n 18 kilometer Rotterdam uit het lelijke gebied rond Berkel en Rodenrijs en Pijnacker in. Hier wordt het landschap gekenmerkt door mooie oude vaarten met lelijke huizen aan weerskanten van de weg. Belgische toestanden, iets van een welstandscommissie is toch zo gek nog niet. Jacob van Lennep zou er schande van hebben gesproken. Maar goed, in het Nederland van 2013 kom je na zo’n 23 kilometer aan op een verschrikkelijk industrieterrein bij een verschrikkelijk nieuwbouwwijk van Delft. Hier moeten immers ook mensen wonen. De zon probeert op te komen, maar wordt hierin gehinderd door een lichte motregen die langzamerhand overgaat in een heviger regenbui.

Gelukkig is daar de prachtige binnenstad van Delft. Inmiddels begint alles pijn te doen, maar toch is het fijn om rond 6.15 uur opgevangen te worden bij rustpost nummer drie. Hier worden we onthaald door een enthousiaste band die iets terug wil doen voor onze inzet. Eigenlijk is dit pas het eerst moment dat ik in de gelegenheid ben om mij te beseffen voor welk doel we hier ook alweer aan begonnen waren. Pijnlijk, maar wel een logisch effect van de zwaarte van deze tocht.

Met nog tien kilometer te gaan, zien we een tram naar Den Haag rijden. Au, dat doet pijn. Gelukkig is de regen inmiddels opgehouden. We verlaten Delft en lopen vrijwel meteen Rijswijk binnen. Hier worden we opgevangen bij scoutinggroep Gordon (goede naam). Vanaf dit punt kan het aftellen dan ook echt beginnen. De overwinning en de eindstreep is nabij dus er worden liedjes ingezet. Een mooie gelegenheid om de aandacht ergens anders op te richten.

Omstreeks negen uur komen we dan eindelijk over de finish gestrompeld. Alwaar we een verdiend biertje en ontbijt in de handen krijgen gedrukt. Gelukkig is daar ook Frederieke om mij op te halen. Het was een geweldige belevenis, maar echt zwaar, lichamelijk én mentaal. Eens maar nooit meer. Toch?