Afgelopen vrijdag stond ik in een enorme vrieskamer op de Universiteit. Voor het vak over Klimaatverandering dat ik deze periode volg kregen we uitleg over het onderzoek naar ijskernen. De ijskernen zijn geboord op Groenland of Antarctica en geven de onderzoekers, waar ik dus college bij volg, inzicht in de temperatuur en concentraties van bepaalde stoffen in de lucht duizenden jaren geleden. Belangrijk onderzoek want menselijk meetgegevens gaan slechts een paar eeuwen terug en kunnen dus slechts iets zeggen over de ontwikkeling van ons klimaat op (relatief) korte termijn. De ijskernen kunnen geven wetenschappers de mogelijkheid om een analyse te maken van de ontwikkeling van het klimaat op veel langere termijn.
Zeer waardevol onderzoek, want dit geeft ons inzicht in hetgeen we mogen verwachten voor de toekomst. Als is het natuurlijk wel zo dat de invloed van de mens op het klimaat nooit zo groot was als nu. Sterker nog, het is niet te vergeleken met historische ontwikkelingen van het klimaat. Min twintig was het daar, in die vriescel. Ik stond te bibberen van de kou. Er moet nog veel onderzoek gedaan worden. Maar onderzoek alleen is niet genoeg. De komende weken hoop ik op politieke moed. Dat is nodig. Het klimaat kan de komende jaren onomkeerbaar veranderen. De politiek kan dat ook, onomkeerbaar veranderen… Ik hoop op het laatste.